Gisteren vertrok ik met de trein naar Utrecht. Zowel de trein als Utrecht moeten beide meer dan tien jaar geleden zijn. Dat klinkt alsof ik nooit ergens kom, maar niets is minder waar. Ik kom gewoon zelden in Utrecht en ik reis al net zo weinig met de trein. Dat laatste omdat de trein en ik een haat-liefde verhouding hebben. Haat omdat ik het heel vervelend vind om ergens precies op tijd voor te zijn omdat ik het anders mis. Haat omdat je moet rennen voor je leven. Althans, ik zag dat groepjes mensen doen. Niet een beetje een snellere pas inzetten of op een drafje het perron overgaan, nee, echt keihard rennen, met de armen langs het lichaam zwaaiend en het hoofd dat wat achterbleef bij de rest. Met spoor 5 als finish.
En de liefde, ik ben er eigenlijk nog niet achter waar de liefde ‘m precies zit in mijn relatie met de trein.
Ik was dus in Utrecht.  Niet zomaar, maar om zeven ava’s* tot leven zien te komen. Om blogjes en tweets te horen praten. Ze bleken een twents accent te hebben. En anderen, niet heel verrassend maar toch heel grappig om in het echt te horen, een zachte g. Heel wonderlijk blijf ik dat vinden. Zo’n eerste ontmoeting met mensen die je tot dan toe alleen nog maar van foto’s en tekst op een schermpje kent. Ik roep dan geloof ik eerst vaak zoiets als ‘aah, je bestaat echt!. Of ik denk het, kan ook. Intussen weet je vaak ook al heel veel van die mensen. En zij van jou. Gek.
Hoe dan ook, het was gezellig, de prosecco smaakte heerlijk, de electrische kolf werkt niet als handkolf, de NS app is heel onduidelijk en cappuccino op een tochtig station kost 2 euro 10.

Oja, en de boekenweek essay Verder alles goed van Nico Dijkshoorn is lachen.

* je mag ook avator zeggen hoor, ik weet alleen nooit hoe ik dat moet uitspreken

 

Cheeeeeeeers!

Groupie

Waardeloze app. Welk spoor moet je hier hebben naar Leeuwarden. Nou? Nou?

Het onvermijdelijke afscheid

 

“Ze lijkt op Sterre!”.
Dat waren mijn eerste woorden na de geboorte van Morris. Nouja, eerst zei ik nog “g*vmme, dát doet pijn!” en “dit doe ik dus écht van z’n langzalzeleven nooit meer”, maar daarna verkondigde ik dus dat mijn kersverse zoon sprekend op mijn oudste dochter leek. Ik wist op dat moment nog niet of wij hier te maken hadden met een meisje danwel een jongen, zoals je zult begrijpen. Ik had mijn baby eigenhandig op de wereld geholpen en lag met een hoopje warme glibber op mijn buik na te rillen van de (vooruit, slechts 2,5 uur durende, doch) heavy shit en bekeek een allermooist koppie.
Kort daarna vroeg ik ’wat het eigenlijk was’.  
“Voel zelf maar”, was het antwoord van de verloskundige.
Wat onhandig zocht ik op de tast naar the place to be, maar dat leverde enkel een handjevol navelstreng op.
Maar een zoon dus! Nog een zoon! En dat terwijl mijn gehele vrienden- en familiekring, met hier en daar een uitzondering, ervan overtuigd was dat er een meisje geboren zou worden. Zelf dacht ik ook dat het een meisje zou zijn. Of een jongen. Maar een meisje kon ook. Eén van twee in ieder geval.
Morris is met recht de liefste baby van de wereld. Ik heb ze zo gemakkelijk nog niet gehad. Hij slaapt, poept, plast en drinkt. Dat laatste, daar moeten we hem dan ook nog voor wakker maken. Een geheel nieuwe ervaring voor mij, want ik was tot nu toe kinderen gewend die het liefst om het uur om drinken liepen te blèren. En het gekke is, daar heb ik op een zeker moment ook naar terugverlangd. Want zo’n baby waar je panisch om de tien minuten met je oor boven het mondje hangt om te horen ‘of ie het nog wel doet’ is ook niet alles. Nu ben ik er aan gewend dat hij een rustige uit- en doorslaapbaby is en geniet ik er alleen maar enorm van.
Want dat is toch wel het toverwoord hè? GENIETEN.

Morris Otis, geboren op 19 januari 2012

 

This post is password protected. To view it please enter your password below:


 

Oké, en over zwanger zijn. Ik heb eens nagedacht en ben tot een vrij schokkende conclusie gekomen.

De persoon die destijds (lang gelee ja, heel lang gelee) het project ‘vrouw, zwangerschap en hormonen’ toebedeeld kreeg moet tijdens de realisering hiervan regelmatig in een pestbui zijn geweest. Ergens klopt er iets niet. Leest u mee?

Je bent zwanger, hoera! Maar het is nog zó pril dat je het nog paar weken voor je houdt. En omdat jij en hij, of jij en zij, toch wel even van deze blijde schok moeten bekomen.
Wees eerlijk.
Even laten doordringen en weer met beide voeten op de grond. Daar is niet veel voor nodig, want die twee voeten planten zich gedurende een aantal weken iedere ochtend rond de wc pot. Een normaal ontbijt naar binnen werken zit er pas rond het middaguur in. Heel slecht natuurlijk, want elk weldenkend mens weet dat het niet goed is om zonder ontbijt de deur uit te gaan. En is het beste niet precies wat je wilt, ook al voor je ongeboren kind? 
Daarna word je met je misselijke snater iedere ochtend om 8.30 op kantoor verwacht. Je slingert de pc aan en je groet met een stalen gezicht  je baas en collegae goedemorgen en maakt je vervolgens uit de voeten naar het dichtstbijzijnde toilet.
Je collega’s kijken argwanend, je baas nóg argwanender.

Als je geluk hebt dan volgt er een betere periode. Voor sommigen is dit echter ook niet weggelegd en zij blijven hun avondeten de volgende ochtend braaf naar het toilet brengen. Ook kan het een ware beproeving betekenen voor degenen wier onderstel het allemaal niet zo goed kan verdragen. Iets waar ik persoonlijk deze derde zwangerschap (gelukkig) pas mee te maken heb. Ik begrijp níet hoe vrouwen ooit acht kinderen hebben kunnen baren.
Maar goed, let op, nu komt het.

Als je bekkenbodemgevallen niet zo lekker meewerken, dan is er een aantal dingen die je maar beter kunt laten.
Traplopen is zoiets. Je komt er natuurlijk niet onderuit, want hoe komt de vuile was van boven anders beneden en vice versa, alleen dan gaat het om schone was?
Wat dacht je van stofzuigen. Naast wasjes draaien één van de meest favoriete bezigheden van de zwangere vrouw. Stofzuigen is niet goed. Ik bedenk dit niet zelf hè?
Bukken ook niet. Je slaapt dus maandenlang onder hetzelfde beddengoed, je veegt de billen van je andere kinderen niet meer af en strijken en koken zijn uit den boze. Gekreukt en wel naar de snackbar. Zoiets moet het idee zijn geweest van de projectleider in kwestie.

De periode waarin je hormonen dus zorgen voor een ongelooflijk neiging tot nesteldrang, mag je niks. Is dat niet vreselijk pesterig? Ik vind van wel. Ontsla hem!

Ps 1: Nee, mijn vriend is niet zo huishouderig. Hij kookt wel íedere dag!
Ps 2: Ik ben snipverkouden incluis heftige niesbuien. Niezen. Weet je wel wat dat met een zwangere vrouw dóet?
Ps 3: Natuurlijk ben ik vreselijk blij met deze zwangerschap. Wat dacht jij dan. Lucky us!
Ps 4: Nee, dit blog gaat niet alleen over zwanger zijn en aanverwante verhalen, dat lijkt alleen maar even zo.
 
Dat bloggen is zo leuk hè.
En zo verdomde tijdrovend.
En totaal ongeschikt voor luie mensen ook.
Mensen die, om maar een voorbeeld te noemen, zich net zo gemakkelijk met een bakje thee (in plaats van wijn, want ze zijn bijvoorbeeld zwanger) en zo’n handige iPhone op de bank nestelen en alle gemiste uitzendingen van In Therapie terugkijken.
Mensen die na het alombekende keukenopruim- en kindernaarbedbrengritueel ergens neerploffen en vanuit hun ooghoek wel een laptop zien staan, maar bedenken dat het vervolgens openklappen en inloggen best nog heel veel moeite kost. Heb ik het nog niet eens gehad over het er naartóe lopen.
Totaal ongeschikt voor mij dus momenteel.
Nu moest en zou ik toch echt een keer de kraamzorg gaan regelen, want daar ben ik al aan de late kant mee (en je begrijpt, ik wil wel schone ramen voor als de kraamvisite komt) en dus sleepte ik mijn donkere vriend uit de kast en meldde me online aan voor kraamzorg.
Nu de babykamer nog. Het geboortekaartje. Namen. Twéé namen, want wij willen pas weten wat het is als, als… nouja, you get it. De eerste kleertjes. Het dekentje afhaken. Verlof regelen. Kinderopvang. De 20 weken echo. Ja, dit keer wel. Denk ik. Kan ik nog terug? Grapje. Denk ik.
Morgen it is!

Zucht.
Gelukkig. Daar zijn de foto’s.

(Sommige totaal niet gelinkt met de tekst above, maar hé. Leuk zijn ze wel.)  


Ik kocht alvast een jurkje. Voor als een meisje wordt.
(En omdat ie maar 2 euro nogwat kostte)
 


Lachen man. Zo’n vakantie.
 


En die temperaturen. Ook lachwekkend hoog #Spanje
 
Het meisje op de dag dat ze zes jaar werd.
Met haar chlooroogjes want net haar a-diploma en niet weg te slaan uit het zwembad.


Het jongetje/meisje in mijn buik.
Toen 19 weken aan het groeien, nu alweer ruim 21 weken.

 

De boom die ik in een creatieve bui voor Sterre maakte.
De stam van muurverf en de takken versierd met bladeren gemaakt van afgekrabt retrobehang van één van de andere kamers.
 

 

 

15 weken en 4 dagen.
Dat is nog, moment … 24 weken en 3 dagen.
Tel daar bij mij standaard 12 dagen overtijd bij op en je hebt het mooie ronde aantal van 26 weken en 1 dag.
Zolang nog voordat Fritsje III geboren wordt! Midje winter, echt mijn seizoen. Heerlijk om in de vrieskou het bed uit te gaan en een hongerige baby te voeden. Maar dat vergeet je allemaal weer hè? Zo gaan die dingen.

Voor de allerlaatste keer een dikke buik (de schade naderhand daargelaten), borstvoeding, spuitluiers en gebroken nachten. En al dat moois dat we er nog meer voor terug krijgen.

Maar nu eerst mijmeren met steeds dikker wordende buik.
Over wat het gaat worden.
Hoe we het gaan noemen.
En hoe het eruit zal zien.
(als een plaatje natuurlijk)

 

Op Koninginnedag ging dan eindelijk de langverwachte wens van dochter in vervulling: het grote zakendoen. Ofwel, op een kleedje gevuld met dingen die best nóg een keer door de hergebruikmolen konden, in het park bivakkeren en cashen maar.

De dag ervoor deden we ons uiterste best om op zolder afscheid te nemen van speelgoed van weleer, al had zoonlief daar iets meer moeite mee dan dochter.
Die laatste riep bij zo ongeveer alles wat ze tegenkwam met een viezig gezicht: “Nah. Wat moet ik híer nou weer mee. Kan ook wel weg!”
En dat was dan haar roze-wit gestreepte lievelingshaarband.

Uiteindelijk wisten we een mooie voorraad bij elkaar te sprokkelen, inclusief spulletjes van opa en oma die dankbaar gebruik maakten van onze verkoopactie en binnen no time hun eigen zolder hadden leeg geruimd. Papa keek met lede ogen toe, want hij moest tenslotte het complete assortiment van auto naar park zien mee te slepen.
Ik weet niet hoe, maar het is ‘m gelukt hoor! Bewijs:

En waar het geld de ene kant naar binnen komt, daar moet het de andere kant weer uit hè?
Kijk, en daar kom ik dan om de hoek kijken.
Ik had grootse plannen om de mooiste, kleine meubeltjes te scoren voor minder dan geen geld en die zou ik dan perféct kunnen gebruiken voor het inrichten van de kinderkamers.
En ik, die hier heel zorgvuldig over nagedacht had, besloot dat het beter was mijn heil te zoeken op de vrijmarkt in een dorp in de buurt in plaats van de stad. Want in de dorpen moet je weten, daar liggen verborgen schatten op oude hooizolders van voormalig boerderijtjes. Die worden met Koninginnedag tevoorschijn gehaald, want dat is dé mogelijkheid, wat zeg ik, de enige mogelijkheid om van je spullen af te komen.
Want in die dorpen hier hebben ze natuurlijk nog van die zwarte, bakelieten draaischijftelefonen, geen kabeltelevisie en dus ook nog nooit van zoiets als Marktplaats gehoord.
Die middag, klaar om mijn slag te slaan, liep ik het dorpscentrum van B. in en het is werkelijk waar niet te geloven wat ik daar zag…

Het was al voorbij. Eén uur ‘s middags. En alles was opgeruimd.
Sof.

Nu zit ik thuis met het enige dat ik die dag gescoord heb: een okergeel gehaakt vestje.
En geen flauw benul waar ik het bij kan dragen.

 

Zeer voldaan, maar ook minstens zo afgemat plofte ik gisteravond zo rond de klok van tien neer in een luie stoel achter in de tuin. Wijntje erbij, dekentje om en stilte.
Bijkomen van de dag.
Wat een dag.
Een geweldige dag.
Een mooie dag.
Een feestelijke dag.
Een perfecte verjaardag.
De avond ervoor verzekerde Sim ons: “Ik ga moge op tijd naast mijn bed staan hoor!”.
Want zo gaat dat met jarige kinderen. Die staan het liefst een uur nadat ze naar bed zijn gebracht er al weer naast omdat het feest dan ook best wel kan beginnen. 
En dus hielden we ons nog slaperige hart vast om zes uur ‘s ochtends, maar hij had ons voor het lapje gehouden. Kwart voor acht. That’s my boy.

Sim werd overspoeld met verjaardagszoenen en de meest prachtige cadeaus die je je maar kunt wensen als vierjarige knullebul. Puzzels, Playmobil, vergrootglas, verrekijker, zaklamp, sprookjesboek, Dino stempels, lasergun tegen buitenaardse wezens, een echt zwaard van foam, twee scheetkussens, Lego, spelletje, onderwaterkijker, en, ga, zo, maar, door. 

Het verjaardagslied der verjaardagsliederen werd als in een prachtig klinkend samenspel ten gehore gebracht door de aldaar aanwezige visite en de kaarsjes werden één voor één uitgeblazen. Sim at twee stukken echte Hema fototaart en wilde daarna het liefst zijn tanden in nog een stuk zetten. De jongste visite vermaakte zich in een tuin waar een speelgoedbom was ontploft en Sim verjoeg de meiden met zijn zwaard. Ze speelden verstoppertje, aten ijsjes, chips en hamburgers van de barbecue.
Lang verhaal kort: topdag. Ik hekel het woord top, maar hier is het echt, echt, echt op z’n plaats.

En dan… de foto’s!
Maar niet voordat:
1. Roze pakpapier. I know. Maar wetende dat ik ook ooit de boel heb moeten verpakken met Sinterklaaspapier, is dit al een behoorlijke vooruitgang.
2. Zijn haar. Is te lang. Know ik ook. Daar gaan we snel wat aan doen. Lijkt me echt een perfecte woensdagmiddag besteding.

Grotecadeau

Boerderie

Ooooh

Bellenblazen

Bellenblazen2

Hoedje

Taart

Kaarsjes

En met deze laatste foto werden niet alleen de kaarsjes, maar, ach hoe spreekwoordelijk, ook dit verhaal uitgeblazen. Want. Meer foto´s zijn er niet.
Ik bedoel, íemand die weet hoeveel voeten zo´n verjaardag in aarde heeft?
Nee zeg, ik ben allang bij dat ik ergens onderweg van koffieapparaat naar diepvrieslolly’s de camera wist mee te grissen.

The end.

 

Dat was het dan.
De allerlaatste keer dat ik onze oude straat binnenreed om Sim naar het kinderdagverblijf te brengen en de allerlaatste keer dat ik hem ophaalde. Gewapend met de meest simpele traktatie ever (een Bolletje brosse eierkoek, strikje erom, kaartje eraan en hatseflats genieten maar), een fotocamera en een zoon gehuld in Garfield outfit (leg ik nog wel eens uit) betraden wij vanochtend het kinderdagverblijf. Ik heb hem wel honderd keer uitgelegd dat hij ‘nog maar één keer hoeft’ en ‘dat hij hierna alléén nog maar naar school gaat’, en volgens mij begreep hij het zo ongeveer wel. Tenminste, hij heeft zo’n beetje de hele dag aan het been van een leidster gehangen, het kón nu immers nog.

Stiekem vind ik het een enorme domper dat er binnen het kinderdagverblijf niet ergens een verborgen ouderkamertje is ingericht met geblindeerde ramen zodat wij naar hartelust kunnen genieten van ons kroost terwijl ze toegezongen worden als ze met feesthoed op tafel staan en intussen van verlegenheid alle tien hun vingers trachten op te eten.
Foto’s gemaakt door de leidsters moeten dit gemis goedmaken, al is het altijd nog maar de vraag of er uberhaupt iets tussenzit wat te herkennen is als jouw kind. Het zijn per slot van rekening pedagogisch medewerkers en geen fotografen. Zo heb ik inmiddels ondervonden.
Maarrrr, dit keer zijn ze gelukt hoor.
Kijk nou wat een plaatje.

Simjarig
En ach, dit vond ik toch ook zo’n schatje. Sim krijgt cadeautjes én een innige omhelzing van één van de dames.

Simfelicitatie

Vanaf volgende week mag ik mij dan officieel moeder van twee schoolgaande kinderen noemen.
Maar dat ga ik natuurlijk niet doen.
Nee zeg, dat klinkt vreselijk oud!

 

 
Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.